Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Alinea 269 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0213.
Remmelink schrijft dat voor het leerstuk van de ondeugdelijke poging alleen de objecten en middelen interessant zijn. Bij de relatief ondeugdelijke, strafrechtelijk relevante, poging zijn toevallige omstandigheden verantwoordelijk voor het uitblijven van voltooiing van het misdrijf.(46) Remmelink vervolgt dat de Hoge Raad nog hecht aan de objectieve leer en dat de rechtspraak van de Raad de neiging vertoont om voor de beoordeling van de deugdelijkheid van de poging ook te kijken naar "de gehele door de verdachte opgezette criminele onderneming". Dan kan ook met een absoluut ondeugdelijk middel ter vergiftiging als poedersuiker een pogingsdaad worden verricht die zelf niet als ondeugdelijk is te kwalificeren. Zoiets is volgens Remmelink ook gevaarzettend, en ook de rechtsgemeenschap zal door het aan het licht komen van een dergelijk crimineel gebeuren geschokt zijn.(47)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae, en de alinea staat in dat document op bytes 98013 tot 98908.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae | shasum -a 256