Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Alinea 270 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0213.
Ook Kelk acht de indruk die het handelen maakt van belang voor het beantwoorden van de vraag of er van een absoluut ondeugdelijke poging sprake is of niet. Het onderscheid tussen de absoluut en de relatief ondeugdelijk poging noemt hij "soms nogal willekeurig". Daarom zal volgens deze auteur het rechtsgevoel, de indruk van de rechtsorde omtrent het gevaar dat van de gedraging valt te verwachten nogal eens bepalend zijn. Hij haalt Van Hattum aan die ten aanzien van de poging tot diefstal van geld uit een lade die leeg blijkt te zijn opmerkt dat de aantasting van het rechtsgoed nu wel kan zijn mislukt, maar gemakkelijk opnieuw kan worden ondernomen.(48) Ik proef hier een zekere neiging om bij de waardering van het handelen van de verdachte toch subjectieve elementen te betrekken, zoals de vastbeslotenheid het voornemen uit te voeren. In ieder geval blijkt dat belangrijke actuele schrijvers afstand nemen van de opvatting dat enkel het actuele gevaar van de afzonderlijke daad van voorbereiding beslissend is voor de kwalificatie tot begin van uitvoering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae, en de alinea staat in dat document op bytes 98916 tot 99994.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae | shasum -a 256