Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Alinea 278 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0213.
Strijards, toch zeker een authentieke bron, legt de nadruk op de kenbaarheid van de intentie als aansprakelijkheidsgrond bij de voorbereidingshandeling.(52) Een primair verschil tussen poging en voorbereiding is dat de eerste een objectief begin van uitvoering verlangt terwijl de strafbaarheid van de voorbereiding berust op een objectiveerbare vaste wilsgerichtheid.(53) Strijards erkent dat het onderscheid tussen absoluut en relatief ondeugdelijk middel of object niet alleen voor de poging van belang is maar ook voor de voorbereiding. Als een absoluut ondeugdelijke poging straffeloos moet blijven dan geldt dat zeker ook voor het mindere, de absoluut ondeugdelijke voorbereiding.(54) Als de middelen waarvan de voorbereider zich wil bedienen nooit tot voltooiing van het misdrijf zouden kunnen leiden heeft de mogelijkheid van een voltooid misdrijf niet bestaan. Een middel dat absoluut niet kan leiden tot voltooiing van het misdrijf is daartoe ook niet kennelijk bestemd.(55) Strijards wijst er wel op dat het woord "kennelijk" in art. 46 Sr duidt op een zekere objectivering, maar de beoordeling van de deugdelijkheid van middel of object hangt af van de variabelen die men bij zijn oordeel betrekt. Strijards schrijft ook dat het voorbereidingsmiddel al klaar moet zijn op het moment van de strafbare voorbereiding of in ieder geval in zijn samenstellende delen ter beschikking moet zijn en gebruiksgereed moet kunnen zijn op het moment van het misdrijf. Op het moment van de voorbereiding moet het middel objectief zijn instrumentele functie al hebben of kunnen hebben. Die instrumentele functie kan niet los van de intentie van de dader worden vastgesteld.(56) Het gaat erom waartoe een voorwerp in de ogen van verdachte zal moeten dienen, niet waartoe zo een voorwerp in het algemeen gebruikt zou kunnen worden.(57) Wel heeft de bestemming ook een objectieve kant: het middel moet de voltooiing van het misdrijf kunnen teweegbrengen. Ook moet de strekking van het middel voor derden kenbaar zijn op het moment van het handelen van de voorbereider, waarbij ook altijd de achteraf gebleken intentie van de voorbereider betrokken moet worden.(58)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae, en de alinea staat in dat document op bytes 103129 tot 105299.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae | shasum -a 256