Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007

Alinea 279 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0213.

De Hullu is minder stellig, maar erkent dat bij de strafbare voorbereiding de intentie van dader nu eenmaal centraal staat en dat daarom voor het bewijs van de kennelijke bestemming mee mag tellen wat over de intentie bekend is.(59) Wel bepleit hij compensatie in de subjectieve sfeer. Voorwaardelijk opzet zou onvoldoende moeten zijn. Het ware beter als artikel 46 Sr oogmerk zou verlangen.(60)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae, en de alinea staat in dat document op bytes 105307 tot 105715.