Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Alinea 286 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0213.
10. Het hof heeft zich in deze zaak volgens mij van de heersende opvatting verwijderd. Het heeft onder nr. 9.4.1 e.v. in zijn arrest de 'uiterlijke verschijningsvorm' geen rol van betekenis toegekend en zich enkel verlaten op wat deskundigen achteraf over de mogelijkheden van de bij verdachte aangetroffen al dan niet samengestelde voorwerpen hebben verklaard en dát bepalend geacht voor de objectieve bestemming van de inbeslaggenomen voorwerpen. Het hof had zich echter dienen te richten op de indruk die die voorwerpen, afzonderlijk of in hun onderlinge samenhang met de voorwerpen die het hof als tweede en derde categorie heeft bestempeld, op de redelijke rechtsgenoot zouden kunnen maken. Uit de beschrijvingen die het hof heeft gegeven van de voorwerpen is mijns inziens op te maken dat het tot de vrijspraak is kunnen komen door dit aspect buiten beschouwing te laten. Dat getuigt van een uitleg van het 'kennelijk bestemd' zijn die niet de heersende is, en niet enkel van een verkeerde toepassing van een juist criterium. Ware alleen het laatste het geval dan zou het cassatieberoep verworpen moeten worden, omdat daarover in cassatie niet wordt geklaagd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae, en de alinea staat in dat document op bytes 111474 tot 112654.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae | shasum -a 256