Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2007

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0431.

12) Daarbij ga ik ervan uit dat het GHJ in het vonnis(12) van 19 augustus 2003, waarnaar rov. 4.2 van het in cassatie bestreden vonnis verwijst, inderdaad voor de hier bedoelde terughoudende benadering heeft gekozen; en dat het GHJ in het thans bestreden vonnis zich bij die lijn heeft aangesloten. Ik baseer deze uitleg van de bedoelde vonnissen vooral op rov. 4.11 van het vonnis van 19 augustus 2003(13). Daar wordt (immers) benadrukt dat ook nadat aan het Land bij het vonnis van 14 maart 2002 was opgedragen, de verzochte concessie te verlenen, een marge van onzekerheid bleef bestaan over wat in verband daarmee als een redelijk voorwaardenpakket viel aan te merken; en dat executie van het latere vonnis waarbij een dwangsom aan de eerdere veroordeling werd verbonden alleen toelaatbaar is voorzover niet in ernst kan worden betwijfeld dat het Land het hem opgelegde gebod heeft overtreden(14).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fbe49bd5a5680a812ee5442325a88a876157e2b8ae470127c9fd953dbb706c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fbe49bd5a5680a812ee5442325a88a876157e2b8ae470127c9fd953dbb706c2, en de alinea staat in dat document op bytes 12838 tot 13752.