Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2007
Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0431.
29) Voor het overige ontgaat mij - zoals men wel hoort zeggen: "het kan aan mij liggen" - welke ongerijmdheid de steller van het middel hier op het oog heeft. Dat, zoals de klacht aanvoert, in het vonnis van 30 januari 2003 geen oordeel is gegeven over de redelijkheid van de (concessie)voorwaarden, stemt geheel overeen met de weergave van dat vonnis in rov. 4.3 van het bestreden vonnis, zodat ik daarin geen ongerijmdheid kan bespeuren. Rov. 4.12 van het vonnis van 19 augustus 2003 is alleszins vatbaar voor die uitleg, dat de vaststellingen uit het eerdere vonnis van 30 januari onvoldoende zijn om te kunnen oordelen dat de concessie niet op "redelijke voorwaarden" was verleend. Ook hier: niets dat enige aanwijzing voor ongerijmdheid bevat(20).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fbe49bd5a5680a812ee5442325a88a876157e2b8ae470127c9fd953dbb706c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fbe49bd5a5680a812ee5442325a88a876157e2b8ae470127c9fd953dbb706c2, en de alinea staat in dat document op bytes 28603 tot 29368.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3fbe49bd5a5680a812ee5442325a88a876157e2b8ae470127c9fd953dbb706c2 | shasum -a 256