Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2007

Alinea 88 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0431.

14 Ter vermijding van mogelijk misverstand wijs ik erop dat de te beoordelen vraag in de feitelijke instanties in een enigszins ander kader is geplaatst, in dier voege dat zowel het GEA als het GHJ (op het voetspoor van de stellingen van partijen) hebben getoetst of de voorwaarden waaronder bij het eerdere kort geding-vonnis van 19 augustus 2003 de executie was verboden, nog steeds opgeld deden (en dus niet rechtstreeks, of executie naar de ten tijde van hun beslissingen geldende omstandigheden als ontoelaatbaar moest worden aangemerkt). Hoewel het accent in het toetsingskader daardoor enigszins is verlegd, meen ik dat de in aanmerking te nemen maatstaven daardoor niet anders zijn geworden. In cassatie wordt ook niet geklaagd dat er in dit opzicht miskenning van de toepasselijke maatstaven zou hebben plaatsgehad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fbe49bd5a5680a812ee5442325a88a876157e2b8ae470127c9fd953dbb706c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fbe49bd5a5680a812ee5442325a88a876157e2b8ae470127c9fd953dbb706c2, en de alinea staat in dat document op bytes 39405 tot 40242.