Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0613.

4) In de eerste aanleg werd geoordeeld dat de akte waarin het voorkeursrecht was neergelegd als dwingend bewijs van het overeengekomene had te gelden (en dat dat niet verenigbaar was met het standpunt van [eiser]); [eiser] werd echter toegelaten tot bewijs dat de overeenkomst van partijen een andere inhoud had dan uit de akte bleek. Na getuigenverhoren oordeelde de rechtbank dat [eiser] in dit bewijs geslaagd was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4da44158e2f487a62253a69ded3607788d46f0ad313af79acd20dabb563fec01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4da44158e2f487a62253a69ded3607788d46f0ad313af79acd20dabb563fec01, en de alinea staat in dat document op bytes 8646 tot 9076.