Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0613.
Het oordeel van het hof berust echter niet op de hier veronderstelde gedachtegang. Het berust erop dat de partij die, zoals [eiser], een concept-akte ontvangt, daarop niets laat horen, en drie weken na de ontvangst bij het passeren van een akte conform het concept compareert (en niet blijk geeft van enig bezwaar tegen de alsdan voorliggende tekst, en de akte ondertekent), een verklaring afgeeft die, zoals het in art. 3:35 BW wordt omschreven, door de andere betrokkenen overeenkomstig de zin die deze(n) onder de gegeven omstandigheden daaraan mochten toekennen, kán - en mag - worden opgevat als een verklaring van de daarin tot uitdrukking komende strekking. Het hof heeft dus niet gedacht aan nadere uitingen of gesties van partijen, naast de ontvangst van de concept-akte, het daarop gevolgde stilzwijgen, en het medewerken aan het verlijden van de definitieve akte. Het heeft geoordeeld dat die uitlatingen/gesties (zeer wel) als instemming met de desbetreffende overeenkomst - ook al zou die afwijken van het eerder overeengekomene - mochten worden opgevat; en dat daarom het bewijs van een overeenkomst van de andere strekking niet voldoende aannemelijk was(8).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4da44158e2f487a62253a69ded3607788d46f0ad313af79acd20dabb563fec01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4da44158e2f487a62253a69ded3607788d46f0ad313af79acd20dabb563fec01, en de alinea staat in dat document op bytes 16589 tot 17776.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4da44158e2f487a62253a69ded3607788d46f0ad313af79acd20dabb563fec01 | shasum -a 256