Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0613.
16) Het oordeel van het hof dat ik hier op het oog heb geeft er tegelijk blijk van dat het hof zich wél heeft gericht naar de beginselen zoals die ook in de "Haviltex-norm" tot uitdrukking komen. Het hof heeft immers heel duidelijk tot richtsnoer genomen, de zin die een wederpartij - in dit geval [verweerder] - in de gegeven omstandigheden aan de (ten dele stilzwijgende) uitingen en gesties van [eiser] in redelijkheid behoorde toe te kennen, en wat partijen in dit verband redelijkerwijs mochten verwachten. Daarbij heeft klaarblijkelijk zwaar gewogen dat men in het algemeen mag verwachten dat iemand die compareert bij het verlijden van een akte waarvan hij het concept ruim van tevoren heeft ontvangen en die de akte dan zonder enig blijk van bezwaar ondertekent, met de inhoud van de akte instemt (zie de beschouwingen van het hof in rov. 16). Bij een en ander geeft het oordeel van het hof blijk van het tegendeel van een onjuiste rechtsopvatting; en het oordeel van deze strekking is ook verre van onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4da44158e2f487a62253a69ded3607788d46f0ad313af79acd20dabb563fec01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4da44158e2f487a62253a69ded3607788d46f0ad313af79acd20dabb563fec01, en de alinea staat in dat document op bytes 18882 tot 19919.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4da44158e2f487a62253a69ded3607788d46f0ad313af79acd20dabb563fec01 | shasum -a 256