Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0613.
20) Men kan de steller van het middel nageven dat het zo kán zijn, dat de ene partij bij een notarieel verleden overeenkomst zodanige kennis heeft omtrent de informatie waarover de andere partij beschikt en/of omtrent de bedoelingen of beweegredenen van die andere partij, dat de eerstbedoelde partij er rekening mee moet houden dat de instemming van de andere partij met de in de akte neergelegde tekst op misverstand berust. Dat is echter een bepaald (zeer) uitzonderlijk geval; er moet "heel wat aan de hand zijn" wil een beroep op dergelijke omstandigheden slagen. Dat heeft het hof tot uitdrukking gebracht met zijn overwegingen die ertoe strekken dat in het algemeen mag worden afgegaan op de houding van degene die (bij zijn volle verstand en zonder aan exorbitante druk bloot te staan, voeg ik toe) een notariële akte ondertekent. Dan kán het nog zo zijn dat de wederpartij over zodanige bijzondere kennis beschikt dat die de ondertekening niet zonder meer als acceptatie van de in de akte neergelegde overeenkomst mag opvatten - maar ik herhaal dat daarvoor nodig is dat van (hoogst) uitzonderlijke omstandigheden is gebleken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4da44158e2f487a62253a69ded3607788d46f0ad313af79acd20dabb563fec01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4da44158e2f487a62253a69ded3607788d46f0ad313af79acd20dabb563fec01, en de alinea staat in dat document op bytes 22606 tot 23757.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4da44158e2f487a62253a69ded3607788d46f0ad313af79acd20dabb563fec01 | shasum -a 256