Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0613.

25) De klacht dat het hof miskend zou hebben dat de rechter verplicht is de rechtsgronden die in het namens partijen aangevoerde besloten liggen, aan te vullen faalt (al daarom), omdat niet wordt aangegeven welke stellingen van de kant van [eiser] op de hier bedoelde voet hadden kunnen of moeten worden aangevuld. Ik heb zulke stellingen overigens niet aangetroffen. De enige stelling die op de in het middel aangehaalde plaats wordt aangevoerd komt erop neer dat [verweerder] (in verband met het eindigen van diens betrokkenheid bij het tuinbouwbedrijf) geen belang meer bij het (geldend maken van het) voorkeursrecht zou hebben. Die stelling heeft het hof op inhoudelijke gronden verworpen. Het valt niet in te zien op welke stellingen daarnaast de in art. 25 Rv. bedoelde aanvulling van rechtsgronden gebaseerd had kunnen worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4da44158e2f487a62253a69ded3607788d46f0ad313af79acd20dabb563fec01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4da44158e2f487a62253a69ded3607788d46f0ad313af79acd20dabb563fec01, en de alinea staat in dat document op bytes 27333 tot 28180.