Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2007

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ2129.

7. Bovendien denk ik dat de Hoge Raad nog minder dan voorheen ruimte zal willen gunnen om 'kleine rechtshulp' te weigeren op de grond dat het verzoek op onrechtmatig verkregen materiaal steunt. Zoiets is in de huidige rechtspraak wellicht nog in te passen indien de onrechtmatigheid vereenzelvigd zou moeten worden met een flagrante en naar zijn aard onherstelbare inbreuk op de meest zwaarwegende fundamentele rechten. Overigens zou de stelling dat de onrechtmatigheid, waarop het rechtshulpverzoek voortbouwt, in een eerder stadium door Nederlandse functionarissen is begaan nog wel wat vragen oproepen. Dan zou immers, in verband met het 'Schutznorm-beginsel', bezien moeten worden wiens rechten in het geding kunnen zijn: die van een in Nederland residerende belanghebbende, of die van de in de verzoekende Staat als verdachte aangemerkte persoon.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/062b2d60187b98e70f8ab3c260dec11363388033b499f10e602c76086494a9eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 062b2d60187b98e70f8ab3c260dec11363388033b499f10e602c76086494a9eb, en de alinea staat in dat document op bytes 8829 tot 9693.