Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ2841.

4.14. Het behoeft geen betoog dat sprake is van een splitsbaar pand als het pand in juridische zin zou kunnen worden gesplitst in die zin dat de afzonderlijke delen zelfstandig kunnen worden vervreemd. Voor de vermogensetikettering is echter ook al sprake van een splitsbaar pand als een deel daarvan afzonderlijk verhuurbaar is.(24) Wanneer daarvan sprake is, is een feitelijk vraag, waarop het antwoord tal van schakeringen kent, bijvoorbeeld de bouwtechnische aspecten, maar ook de aard van de verhuur (variërend van verhuur van kamers aan studenten tot verhuur van van alle gemakken voorziene woonappartementen). In het algemeen lijkt mij het niet afsluitbaar zijn, het ontbreken van zelfstandige toegang of het ontbreken van eigen sanitaire voorzieningen in de weg staan aan splitsbaarheid, maar het moet gezegd dat ook in die gevallen delen nog afzonderlijk verhuurbaar kunnen zijn. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan (de hiervoor genoemde) verhuur van studentenkamers of verhuur van kamers aan kostgangers. De aanwezigheid van bijvoorbeeld gedeelde sanitaire voorzieningen, of een aanwezige 'verbinding binnendoor'(25), hoeft aan splitsbaarheid dus niet in de weg te staan. Maar zoals gezegd, de uiteindelijke beoordeling is een sterk feitelijke aangelegenheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d0d4ac6ff8d84e143e6e2f45f572ab3904be8f133c057dbdc6d791989fc1e6e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d0d4ac6ff8d84e143e6e2f45f572ab3904be8f133c057dbdc6d791989fc1e6e, en de alinea staat in dat document op bytes 39997 tot 41278.