Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ2841.

5.4 Gelet op de hiervoor in 2.3 en 2.4 (zie onderdelen 1.3 en 1.4 hiervoor, JO) vastgestelde feiten is het Hof van oordeel dat belanghebbende door (evenals zijn vader vanaf 1956) de woning tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen niet de grenzen der redelijkheid heeft overschreden. Daarbij acht het Hof van belang dat de tussendeur tussen het bedrijfsgedeelte en het woongedeelte op enig moment (opnieuw) is aangebracht en daadwerkelijk vele jaren werd en wordt gebruikt. Dit feit maakt aannemelijk dat geen sprake is geweest van een volstrekte scheiding tussen het bedrijfspand en de woning en wijst erop dat het gebruik van de woning mede dienstbaar is (geweest) aan de bedrijfsuitoefening. Dat de doorgang gedurende korte perioden afwezig dan wel afgesloten is geweest, doet daaraan niet af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d0d4ac6ff8d84e143e6e2f45f572ab3904be8f133c057dbdc6d791989fc1e6e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d0d4ac6ff8d84e143e6e2f45f572ab3904be8f133c057dbdc6d791989fc1e6e, en de alinea staat in dat document op bytes 8145 tot 8953.