Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2007

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ3091.

34) Ook afgezien daarvan lijken deze klacht(en) mij intussen niet deugdelijk: de regel dat de rechter zich moet beperken tot de materie die partijen hem ter beoordeling hebben voorgelegd waar Konmar hier op doelt, staat er niet aan in de weg dat de rechter beschouwingen ten overvloede ten beste geeft die geen steun vinden in het door partijen aangevoerde. De rechter kan, bijvoorbeeld met het oog op de rechtsontwikkeling of omdat hij meent daardoor een zinvolle bijdrage te leveren aan het maatschappelijke discours, de behoefte voelen om zulke overwegingen aan de openbaarheid prijs te geven. Het valt niet in te zien waarom hij - de rechter - dat niet zou mogen doen, uiteraard: mits hij zijn voor partijen relevante en bindende oordelen (wel) beperkt tot de kwesties die partijen hem hebben voorgelegd. Misschien iets gechargeerd gezegd: waarom zou aan de rechter geen recht van vrije meningsuiting toekomen, ook in zijn beslissingen(25)?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00cead4d3c4f18203b85e5db01473b206de49b8a0b2c569fd3414648f62ed1ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00cead4d3c4f18203b85e5db01473b206de49b8a0b2c569fd3414648f62ed1ae, en de alinea staat in dat document op bytes 32851 tot 33808.