Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2007
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ3305.
4.10. Ten aanzien van de ontnemingsvordering van [mededader 1] - die gelijk was aan die ten aanzien van betrokkene - heeft het hof in het door mij opgevraagde arrest geoordeeld dat onvoldoende aanwijzingen naar voren zijn gekomen om aannemelijk te achten dat [mededader 1] terzake van de bewezenverklaarde bankroof zodanig (nauw) heeft samengewerkt met een of meer (mede)daders dat dit zou moeten leiden tot een verdeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel, zoals voorgesteld door de advocaat-generaal blijkens zijn vordering. Evenmin is volgens het hof vast te stellen welk voordeel [mededader 1] uit het te zijnen laste bewezenverklaarde handelen heeft verkregen. Op basis hiervan heeft het hof de vordering ten aanzien van [mededader 1] verbaten afgewezen. Uit deze overwegingen maak ik op dat de afwijzing van de vordering niet is gebaseerd op het oordeel van het hof dat [mededader 1] géén voordeel zou hebben genoten, maar op het ontbreken van voldoende aanknopingspunten voor de schatting van het genoten wederrechtelijk verkregen voordeel.(3)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87cebfb7347ca2613382469e4bfb40978a4d54297bf2e3f26ccd7315e31f2771. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87cebfb7347ca2613382469e4bfb40978a4d54297bf2e3f26ccd7315e31f2771, en de alinea staat in dat document op bytes 17062 tot 18135.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/87cebfb7347ca2613382469e4bfb40978a4d54297bf2e3f26ccd7315e31f2771 | shasum -a 256