Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ3539.

3.6. De klachtprocedure van art. 41 (oud) Wet Bopz is van oudsher gericht op het binnen korte tijd en op een eenvoudige wijze verkrijgen van een rechterlijk oordeel over de beslissing tot dwangbehandeling of tot het toepassen van `middelen en maatregelen' etc. Wanneer het bestuur van het ziekenhuis resp. de klachtencommissie (in de interne klachtprocedure) dan wel de rechtbank (in de externe klachtprocedure) tot de slotsom komt dat de dwangbehandeling of de toepassing van `middelen en maatregelen' etc. onrechtmatig is, volgt een gegrondverklaring van de klacht. Dit heeft tot gevolg dat de psychiater de desbetreffende inbreuk op de rechten van de patiënt niet mag voortzetten. Over de rechtmatigheid van de gedragingen van de psychiater in de periode die aan de beschikking van de rechtbank vooraf ging, kon de rechtbank zich wel uitspreken in haar overwegingen in de klachtprocedure van art. 41 (oud) Wet Bopz, maar zij behoefde dat niet te doen. Door een vordering of verzoek tot schadevergoeding kon afzonderlijk een rechterlijk oordeel daarover worden uitgelokt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17a98e277e03c59a9d6a66a672e7bddf9218084cf4ac3b0e8510af1925779f41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17a98e277e03c59a9d6a66a672e7bddf9218084cf4ac3b0e8510af1925779f41, en de alinea staat in dat document op bytes 60469 tot 61556.