Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007
Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ3539.
3.24. Een procedurele complicatie is, dat het tweede lid van art. 41b Wet Bopz bepaalt dat op een verzoek als bedoeld in het eerste lid artikel 41a, negende lid, niet van toepassing is. In het negende lid van art. 41a valt te lezen dat de rechter binnen 4 weken na indiening van het verzoekschrift beslist en dat tegen de beslissing van de rechter geen hoger beroep openstaat(67). Een letterlijke lezing van het tweede lid van art. 41b brengt mee dat (het negende lid van art. 41a niet van toepassing is en derhalve) voor betrokkene hoger beroep openstaat tegen de afwijzing door de rechtbank van zijn verzoek om schadevergoeding. Bij aanvaarding van deze letterlijke lezing zou betrokkene thans niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in zijn cassatieberoep voor zover dit is gericht tegen de afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding, nu daartegen hoger beroep openstond. In dat geval zou betrokkene alsnog hoger beroep kunnen instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden op de voet van art. 340 jo. 358 Rv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17a98e277e03c59a9d6a66a672e7bddf9218084cf4ac3b0e8510af1925779f41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17a98e277e03c59a9d6a66a672e7bddf9218084cf4ac3b0e8510af1925779f41, en de alinea staat in dat document op bytes 76356 tot 77385.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/17a98e277e03c59a9d6a66a672e7bddf9218084cf4ac3b0e8510af1925779f41 | shasum -a 256