Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ3564.
18. Volgens de toelichting op het middel heeft de Rechtbank door te overwegen als voormeld miskend dat brieven en geschriften die het voorwerp van het strafbare feit uitmaken ingevolge art. 98 Sv onder verschoningsgerechtigden alleen in beslag kunnen worden genomen wanneer zij daartoe toestemming geven. Aldus berust het middel op een onjuiste lezing van art. 98 Sv. Kortheidshalve verwijs ik naar HR 29 maart 1994, NJ 1994, 537, HR 12 februari 2002, NJ 2002, 439, HR 29 juni 2004, NJ 2005, 273 en HR 26 januari 2006, NJ 2006, 109: brieven of geschriften die voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend zijn geen object van de aan de personen bedoeld in art. 218 Sv toekomende bevoegdheid tot verschoning en kunnen zonder hun toestemming in beslag worden genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/197e5d648a712705165a1e2025e303c90aeab09d022eb2d6b88011ac34c6e149. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 197e5d648a712705165a1e2025e303c90aeab09d022eb2d6b88011ac34c6e149, en de alinea staat in dat document op bytes 21971 tot 22786.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/197e5d648a712705165a1e2025e303c90aeab09d022eb2d6b88011ac34c6e149 | shasum -a 256