Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ3889.

7. Nu van de verdachte een adres bekend was, te weten het in de appèlakte genoemde adres [a-straat 1] te [woonplaats], had moeten worden getracht de dagvaarding op de voet van art. 588, eerste lid onder b, ten 2º (oud) Sv op dat adres aan de verdachte uit te reiken (vgl. HR 12 maart 2002, NJ 2002, 317, m.nt. Sch, rov. 3.17 in verbinding met rov. 3.24 onder b). De vraag rijst of de omstandigheid dat de verdachte na het instellen van het rechtsmiddel is uitgeschreven uit het GBA onder vermelding van "vertrokken naar Land onbekend" dit anders maakt. Daaruit zou immers kunnen worden afgeleid dat het appelakte genoemde adres inmiddels is achterhaald. Voor de vraag of die conclusie inderdaad uit het uitschrijven uit het GBA onder de vermelding van "vertrokken naar Land onbekend" kan worden getrokken is van belang hoe deze vermelding tot stand pleegt te komen en hoe deze vermelding dient te worden verstaan.(1)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cda8fffd75895783a95894d5a124e221ed788a14457e48d086f710d0d37e7afe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cda8fffd75895783a95894d5a124e221ed788a14457e48d086f710d0d37e7afe, en de alinea staat in dat document op bytes 8066 tot 8998.