Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2007
Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4571.
1.3. [Verweerder 1] en de koper hebben afzonderlijk verweer gevoerd. [Verweerder 1] heeft gesteld dat hij op 16 december 1997, bij gelegenheid van een eerdere grondtransactie, aan de koper een recht van koop met betrekking tot het woonhuis heeft gegeven. De onderhandse akte d.d. 27 december 1997, waarop eiser zich beroept ten betoge dat aan hem een recht van koop van het woonhuis is verleend, is volgens [verweerder 1] ondertekend onder dreiging van fysiek geweld en onder misbruik van omstandigheden. Dit hield verband met een bedrag van f 550,-, dat [verweerder 1] uit anderen hoofde aan eiser moest betalen. Door bemiddeling van de politie heeft [verweerder 1] dit bedrag later alsnog aan eiser betaald, waarna [verweerder 1] zich niet meer aan de ondertekening gebonden achtte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/430bef13c1e5ab9e364e11e69f89a39cdf6bd7a2692efbc863887e166f621165. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 430bef13c1e5ab9e364e11e69f89a39cdf6bd7a2692efbc863887e166f621165, en de alinea staat in dat document op bytes 6892 tot 7689.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/430bef13c1e5ab9e364e11e69f89a39cdf6bd7a2692efbc863887e166f621165 | shasum -a 256