Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2007

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4571.

1.10. Bij tussenvonnis van 12 juli 2000 heeft de rechtbank geoordeeld dat de koper niet is geslaagd in het aan hem opgedragen bewijs. De rechtbank achtte de verklaringen van de door de koper naar voren gebrachte getuigen, die allen tot de vrienden- of kennissenkring van [verweerder 1] behoren, minder geloofwaardig dan de verklaringen van de getuigen aan de zijde van eiser. De rechtbank heeft aangenomen dat de akte d.d. 16 december 1997 geantedateerd is. Doordat de koper een geantedateerde akte met recht van koop heeft ondertekend en vervolgens op grond daarvan de woning heeft gekocht, met voorbijgaan aan het oudere recht van koop van eiser, heeft de koper onrechtmatig jegens eiser gehandeld. Vervolgens kwam de rechtbank toe aan de behandeling van de betwiste vordering tot schadevergoeding. De rechtbank heeft een taxateur als deskundige benoemd teneinde de waarde van de onroerende zaak per 2 maart 1998 vast te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/430bef13c1e5ab9e364e11e69f89a39cdf6bd7a2692efbc863887e166f621165. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 430bef13c1e5ab9e364e11e69f89a39cdf6bd7a2692efbc863887e166f621165, en de alinea staat in dat document op bytes 10349 tot 11294.