Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2007

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4571.

1.14. Bij tussenarrest van 15 juli 2003 heeft het hof eerst het incidenteel hoger beroep van de koper behandeld. Het hof overwoog dat het handelen van de koper kan worden aangemerkt als onrechtmatig jegens eiser indien aan drie voorwaarden is voldaan, namelijk dat: (i) eiser een ouder recht van eerste koop had dan de koper, (ii) de koper ten tijde van de koop van de onroerende zaak bekend was met het recht van eerste koop van eiser en (iii) de koper met het verlenen van medewerking aan het opmaken van een geantedateerde akte betreffende een recht van eerste koop voor zichzelf welbewust door de koop van die woning dat recht van eiser heeft gefrustreerd. Het hof was van oordeel dat de bewijslast op eiser rust en heeft eiser belast met het bewijs hiervan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/430bef13c1e5ab9e364e11e69f89a39cdf6bd7a2692efbc863887e166f621165. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 430bef13c1e5ab9e364e11e69f89a39cdf6bd7a2692efbc863887e166f621165, en de alinea staat in dat document op bytes 13392 tot 14168.