Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2007

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4571.

2.3. Het beginsel van hoor en wederhoor is onderdeel van het begrip "fair trial", zoals dit dient te worden begrepen in het licht van de rechtspraak over art. 6 EVRM. Volgens de rechtspraak van het EHRM behelst dit begrip "the right for the parties to have knowledge of and to comment on all evidence adduced or observations filed"(4). In Nederland is deze regel vastgelegd in art. 19 Rv: de rechter stelt partijen over en weer in de gelegenheid hun standpunten naar voren te brengen en toe te lichten en zich uit te laten over elkaars standpunten en over alle bescheiden en andere gegevens die in de procedure ter kennis van de rechter zijn gebracht, een en ander tenzij uit de wet anders voortvloeit. Bij zijn beslissing baseert de rechter zijn oordeel, ten nadele van een der partijen, niet op bescheiden of andere gegevens waarover die partij zich niet voldoende heeft kunnen uitlaten. In de rechtspraak van de Hoge Raad is deze regel vast verankerd(5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/430bef13c1e5ab9e364e11e69f89a39cdf6bd7a2692efbc863887e166f621165. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 430bef13c1e5ab9e364e11e69f89a39cdf6bd7a2692efbc863887e166f621165, en de alinea staat in dat document op bytes 18854 tot 19824.