Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2007
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4571.
2.6. Eiser stelt evenwel dat het hof kennis heeft genomen van (de uitkomsten van) de strafzaak tegen deze twee getuigen, "terwijl de verdenking van meineed en de daarop gevolgde strafzaak bij de oordeelsvorming door het hof omtrent de geloofwaardigheid van de door [getuige 1] en [getuige 2] afgelegde getuigenverklaringen een rol heeft gespeeld of heeft kunnen spelen". De klacht berust op de opvatting dat, ook al is in de strafzaak niet gebleken van meineed, het strafrechtelijk onderzoek tegen deze twee getuigen het oordeel van het hof omtrent de geloofwaardigheid van deze getuigen negatief heeft kunnen beïnvloeden(8). Terzijde merk ik op dat het hof tegenover de vrijgesproken getuigen de regel van de onschuldpresumptie (art. 6 lid 2 EVRM)(9) in acht diende te nemen. Dit neemt niet weg dat het hof in deze civiele zaak zich een oordeel moest vormen over het bewijs.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/430bef13c1e5ab9e364e11e69f89a39cdf6bd7a2692efbc863887e166f621165. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 430bef13c1e5ab9e364e11e69f89a39cdf6bd7a2692efbc863887e166f621165, en de alinea staat in dat document op bytes 21202 tot 22091.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/430bef13c1e5ab9e364e11e69f89a39cdf6bd7a2692efbc863887e166f621165 | shasum -a 256