Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 148 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4663.

4.3. Zoals ook de WPR reeds deed, kent de Wbp aan natuurlijke personen een aantal in die wet omschreven rechten toe, waaronder een recht van de aard als [verweerder] in deze procedure wenst in te roepen. En zoals ook de WPR reeds deed, heeft de Wbp daartoe een afzonderlijke rechtsgang geopend, een rechtsgang die [verweerder] in deze zaak gebruikt. In de Wbp is die rechtsgang geregeld in art. 45 (voor uitoefening van die rechten tegen bestuursorganen, onder verwijzing naar de Awb) en in art. 46. Artikel 46 betreft de rechtsgang tegen niet-bestuursorganen, zoals in deze zaak aan de orde is. Een van de bijzonderheden van deze rechtsgang is gelegen in art. 46 lid 4: 'De indiening van het verzoekschrift behoeft niet door een procureur te geschieden'. Van die faciliteit heeft [verweerder] gebruik gemaakt. Ook in hoger beroep heeft hij - met instemming van het hof(11) - geen procureur gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a, en de alinea staat in dat document op bytes 52556 tot 53469.