Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 156 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4663.

Op grond van artikel 1 van de WPR is voor de vraag of er sprake is van een persoonsregistratie van belang dat het gaat om een "samenhangende verzameling". Bij handmatige verwerkingen gaat het eveneens om de vraag of de verzameling "met het oog op een doeltreffende raadpleging van die gegevens systematisch is aangelegd". Beide vereisten - een samenhangend geheel en systematische toegankelijkheid - zijn eveneens bepalend voor de vraag of er sprake is van een bestand in de zin van het onderhavige artikel. In de begripsomschrijving van "bestand" hebben de vereisten echter een ruimer bereik: ook de geautomatiseerde gegevensverwerkingen moeten aan beide vereisten voldoen wil er sprake zijn van een bestand. Materieel leidt dit niet tot een wijziging ten opzichte van hetgeen onder de WPR geldt. Bij geautomatiseerde verwerkingen wordt de systematische toegankelijkheid in de WPR steeds aanwezig geacht. Wat handmatige verwerkingen betreft komt die reikwijdte van het begrip "bestand" overeen met die van het begrip "persoonsregistratie" in de WPR. Hieronder zal nader worden ingegaan op beide vereisten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a, en de alinea staat in dat document op bytes 55577 tot 56697.