Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 303 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4663.

Met het verschaffen van dergelijke informatie wordt m.i. geen recht gedaan aan het inzagerecht als bedoeld in art. 35 Wbp, nu de betrokkene op basis van die informatie niet kan beoordelen welke ('overige') persoonsgegevens nu precies zijn opgenomen, laat staan of die persoonsgegevens juist en terzake dienend zijn. Bij de uitoefening van het inzagerecht komt het aan op de precieze geregistreerde persoonsgegevens, ook al omdat de uitoefening van het correctierecht ingevolge art. 12, aanhef en onder b van de Richtlijn en art. 36 Wbp anders al gauw een slag in de lucht zou kunnen zijn (wat ook niet in het belang is van de verantwoordelijke). Dat de Richtlijn en de Wbp uitgaan van precieze gegevens blijkt niet alleen uit het begrip 'verstrekking, in begrijpelijke vorm, van de gegevens die zijn verwerkt' in de Richtlijn en het 'volledig overzicht' in art. 35 lid 2 Wbp, maar ook uit art. 36 lid 1, laatste volzin, Wbp waarin staat dat een correctieverzoek 'de aan te brengen wijzigingen' moet bevatten. Aan die eis kan de betrokkene natuurlijk niet voldoen als de verantwoordelijke bij het geven van het 'volledig overzicht' kan volstaan met gemeenplaatsen als 'gegevens met betrekking tot lopende en/of verrichte transacties en additionele gegevens verkregen door rechtstreeks contact'.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a, en de alinea staat in dat document op bytes 119913 tot 121220.