Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 312 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4663.

5.11. Tegen de achtergrond van het voorgaande acht ik 's hofs oordeel - dat in art. 35 Wbp het recht op kopieën en afschriften van persoonsgegevens besloten ligt alsmede het recht op transcripties van opgenomen telefoongesprekken (behoudens door Dexia te stellen bijzondere omstandigheden(82)) - juist. Bovendien strookt dit oordeel m.i. met het toch wel ruime inzagerecht zoals dat in de rechtspraak - ook die van de Hoge Raad - i.h.a. wordt aangenomen. Ik verwijs in dit verband naar de jurisprudentie over het recht op inzage in bijv. processen-verbaal, afstammingsgegevens en medische, psychologische en psychiatrische dossiers zoals dat onder art. 29 WPR en ook dáárvoor en daarbuiten reeds erkenning vond.(83) Het is kennelijk (onder meer) deze rechtspraak die het hof aanleiding heeft gegeven (in rov. 4.7.3) te overwegen dat het thans in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is om iemand desgewenst inzage in zijn persoonsgegevens te verschaffen door middel van kopieën en transcripties.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a, en de alinea staat in dat document op bytes 126749 tot 127766.