Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Alinea 332 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4663.
5.20. Voor zover onderdeel 3.2.3 zich mede beroept op art. 6 EVRM ('equality of arms') stuit het m.i. reeds af op het gegeven dat de in Raad van Europa verenigde staten in het Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens van 28 januari 1981(93), bij wege van 'lex specialis', in art. 8, aanhef en onder b van deze conventie, (ook) het recht van het individu erkend heeft 'met redelijke tussenpozen en zonder overmatige vertraging of kosten uitsluitsel te verkrijgen over de vraag of persoonsgegevens over hem in het geautomatiseerde bestand zijn opgeslagen en die gegevens in begrijpelijke vorm medegedeeld te krijgen'.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a, en de alinea staat in dat document op bytes 140569 tot 141265.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a | shasum -a 256