Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Alinea 342 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4663.
Mocht Dexia dergelijke technische en organisatorische voorzieningen (nog) niet hebben getroffen, dan laat dat m.i. onverlet dat de bandopnamen wél bestemd zijn om in een bestand te worden opgenomen.(98) Het mag immers niet zo zijn dat Dexia de gegevens wél kan 'oproepen' als het haar uitkomt (bijvoorbeeld in een civiele procedure) en dat - indien een betrokkene inzage in de tussen hem en Dexia gevoerde (opgenomen) telefoongesprekken verzoekt - deze mogelijkheid opeens niet bestaat.(99) Een organisatie met veel cliënten - zoals Dexia - moet m.i. bedacht zijn (lees: ingericht zijn) op een groot aantal verzoeken ex art. 35 Wbp. Is zij dat niet, dan kan zij zich niet op een later moment - ten nadele van de betrokkenen - verschuilen achter de 'bezwaarlijkheid' van het tegemoet komen aan dergelijke verzoeken; ook niet als het de verzoeken tot inzage in opgenomen telefoongesprekken betreft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a, en de alinea staat in dat document op bytes 146486 tot 147399.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a | shasum -a 256