Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 343 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4663.

5.26. Het hof heeft (in rov. 4.10.3) voorts - in cassatie onbestreden - geconstateerd dat op het door Dexia aan [verweerder] verschafte overzicht van 11 mei 2005 de data en exacte tijdstippen van de tussen Dexia en [verweerder] gevoerde telefoongesprekken staan vermeld. Hieruit heeft het hof afgeleid dat de bandopnamen waarop de telefoongesprekken met [verweerder] voorkomen in ieder geval reeds door Dexia zijn ontsloten. Volgens het hof vormen deze bandopnamen daardoor (thans) een bestand. Tegen de achtergrond van het voorgaande acht ik 's hofs oordeel juist en voldoende begrijpelijk gemotiveerd. Ook het hof is kennelijk van oordeel dat voor zover de bandopnamen van telefoongesprekken nog niet zijn ontsloten (lees: voor zover Dexia nog niet zou hebben voldaan aan het eerder genoemde voorschrift van art. 8.5.3 in de Gedragscode), deze bandopnamen wél bestemd zijn om in een bestand te worden opgenomen. Dit lees ik in 's hofs overweging (aan het slot van rov. 4.10.3): 'Zo de opnamen indertijd geen bestand zijn geweest, dan zijn het dat geworden door deze ontsluiting.' Onderdeel 4 faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a, en de alinea staat in dat document op bytes 147437 tot 148561.