Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 355 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4663.

5.30. M.i. faalt het onderdeel. Aan Dexia kan worden toegegeven dat de door het hof in rov. 4.10.8 gegeven instructiemaatregel inhoudelijk neerkomt op een gedeeltelijke toewijzing van het door [verweerder] gevorderde. Onderdeel 5 maakt echter niet duidelijk wat hierop tegen is, zodat de klacht in zoverre reeds faalt. Voor zover het onderdeel nog betoogt dat het hof - kort gezegd - een onjuiste en/of onbegrijpelijke toepassing heeft gegeven aan art. 46 lid 6 Wbp jo. art. 8:29 Awb, faalt het wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Uit de hierboven geciteerde artikelen blijkt dat Dexia, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het geven van inlichtingen dan wel het overleggen van stukken kan weigeren. De beslissing van de rechter of een dergelijke weigering al dan niet gerechtvaardigd is, betreft een tussenbeslissing.(100) De tussenbeschikking van het hof is echter van geheel andere aard. Het hof heeft zijn op art. 46 lid 6 Wbp gebaseerde verzoek gedaan in het kader van de vraag die Dexia met haar grief 2 aan de orde had gesteld, namelijk of de door haar aan [verweerder] verstrekte overzichten van 22 december 2003 en 11 mei 2005 kunnen worden aangemerkt als volledige overzichten in begrijpelijke vorm in de zin van art. 35 lid 2 Wbp (zie rov. 4.10.1 van de bestreden beschikking).(101) Toen het hof aan de beoordeling van deze grief toekwam, had hij de voorvragen - (i) of het verzoek ex art. 35 Wbp recht geeft op kopieën en (ii) of de rechtbank terecht had geoordeeld dat Dexia geen beroep op de weigeringsgrond als bedoeld in art. 43 sub e toekwam - reeds bevestigend beantwoord. Dexia had deze voorvragen niet verpakt in de vorm van 'gewichtige redenen' voor het weigeren van het geven van inlichtingen dan wel het overleggen van stukken, maar opgeworpen in de vorm van grieven (4 en 5) tegen de beschikking van de rechtbank. Zoals hiervoor - bij de bespreking van de middelonderdelen 2 en 3 - is gebleken, heeft het hof deze grieven m.i. terecht verworpen. Bovendien kon Dexia naar aanleiding van de tussenbeslissing van het hof alsnog op de voet van art. 46 lid 6 Wbp jo. art. 8:29 lid 1 Awb daartegen bezwaar maken, door het aanvoeren van gewichtige redenen tegen 's hofs verzoek aan Dexia tot het geven van inlichtingen.(102) Daarmee stuiten de klachten (ook) af op art. 399 Rv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a, en de alinea staat in dat document op bytes 151523 tot 153840.