Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 392 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4663.

Van den Bergen meent daarentegen dat de wetsgeschiedenis van de WPR aanknopingspunten biedt voor het standpunt dat het recht op inzage wél het recht op kopieën omvat. Daartoe verwijst hij naar de volgende passage: 'De omstandigheid dat de geregistreerde recht heeft op een volledig overzicht, staat er verder niet aan in de weg dat hij zijn verzoek op bepaalde gegevens kan toespitsen. Evenzo is het denkbaar, dat een onderscheid wordt gemaakt tussen gegevens die zonder meer en gegevens die, omdat zij moeilijker bereikbaar zijn, alleen op daartoe strekkend verzoek worden verstrekt. Daarover zal dan wel voldoende openheid moeten bestaan. Op deze wijze zal in de praktijk een redelijk evenwicht kunnen worden gevonden, zonder dat aan de rechten van de geregistreerde afbreuk wordt gedaan.' (A.J.E. van den Bergen, De Wet bescherming persoonsgegevens in de financiële procespraktijk, Tijdschrift voor financieel recht 2005, p. 304).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a, en de alinea staat in dat document op bytes 171744 tot 172694.