Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4663.

4.5.2. De grief faalt, omdat Dexia daarmee miskent dat haar brief van 22 december 2003 uitsluitend een toewijzende beslissing bevat waartegen uit haar aard geen beroep openstaat, temeer nu in die brief geen (voldoende kenbare) afwijzing besloten ligt. Eerst bij brief van 19 februari 2004 heeft Dexia afwijzend beslist op het verzoek van [verweerder], zodat pas na de ontvangst van deze brief door [verweerder] op 20 februari 2004 de beroepstermijn van zes weken is gaan lopen. Door zich op 24 februari 2004 tot het CBP te wenden, heeft [verweerder] het CBP dus tijdig om bemiddeling verzocht. Nu [verweerder] voorts overeenkomstig artikel 47 lid 1 Wbp binnen zes weken na ontvangst van het bericht van het CBP van 3 november 2004 dat de behandeling van zijn zaak was geëindigd alsnog een verzoekschrift bij de rechtbank heeft ingediend, heeft de rechtbank hem daarin terecht ontvangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c6b9dd3f66f6768e516bbf1e0ed07a71ac45905363e3036e51e2da28531d19a, en de alinea staat in dat document op bytes 21604 tot 22505.