Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 240 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4664.

4.29. Maar ook over weigeringsmogelijkheden heeft uw Raad zich reeds uitgelaten. HR 16 juni 2000, NJ 2000, 613, m.nt. DWFV, betrof een verzoek om inzage op grond van art. 34 in verbinding met art. 29 WPR. In die zaak had de verzoeker ('N') het GAK om inzage verzocht in het hem betreffende dossier. Aanleiding tot dat verzoek was dat N ter ore was gekomen dat een derde aan het GAK informatie had gegeven omtrent financiële middelen waarover N de beschikking zou hebben; informatie die van invloed kon zijn op het recht op een uitkering. Het GAK verschafte N inzage in het hem betreffende dossier, maar weigerde hem de brieven van de informant ter inzage te geven. Naar aanleiding van het verzoek van N het GAK te bevelen hem inzage te verlenen in de hem betreffende dossiers, oordeelde het hof o.m.:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e36d4392d75284bf0d01846c4a9d89d8d41241463bae9f64f11e3986eb1cc9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e36d4392d75284bf0d01846c4a9d89d8d41241463bae9f64f11e3986eb1cc9c, en de alinea staat in dat document op bytes 92564 tot 93378.