Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Alinea 291 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4664.
5.17. M.i. getuigen deze overwegingen wél van een juiste rechtsopvatting. Bovendien acht ik de redenering van het hof - leidend tot het oordeel dat Dexia's beroep op art. 43 sub e Wbp moet worden verworpen - begrijpelijk en voldoende gemotiveerd. Anders dan onderdeel 3 betoogt (ook in de subonderdelen 3.2.1-3.2.2) , dient een verzoek als dat van [verweerder] - zoals het hof heeft gedaan - individueel te worden beoordeeld ook al zijn er naast dit verzoek nog vele andere verzoeken van dezelfde strekking bij Dexia ingediend. Dit vloeit m.i. reeds voort uit het feit dat 'een ieder over het recht moet kunnen beschikken toegang te verkrijgen tot de gegevens die het voorwerp van een verwerking vormen en hemzelf betreffen, zodat hij zich van de juistheid en de rechtmatigheid van de verwerking ervan kan vergewissen.'(80)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e36d4392d75284bf0d01846c4a9d89d8d41241463bae9f64f11e3986eb1cc9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e36d4392d75284bf0d01846c4a9d89d8d41241463bae9f64f11e3986eb1cc9c, en de alinea staat in dat document op bytes 124636 tot 125474.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e36d4392d75284bf0d01846c4a9d89d8d41241463bae9f64f11e3986eb1cc9c | shasum -a 256