Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 310 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4664.

5.25. Daarmee neemt Dexia in wezen het standpunt in dat het voor haar (onevenredig) bezwaarlijk is om aan verzoeken ex art. 35 Wbp tot inzage in bandopnamen van telefoongesprekken tegemoet te komen. Maar dat is voor de beoordeling aan de hand van het criterium van art. 35 Wbp de vraag niet. Bovendien volgt, zoals al eerder vermeld, uit (art. 8.5.3 van) de Gedragscode dat banken als Dexia technische en organisatorische voorzieningen behoren te treffen om opgenomen telefoongesprekken (en andere gegevens betreffende opgenomen telefoongesprekken) zonodig te kunnen traceren en reconstrueren. Indien en voorzover Dexia aan dit voorschrift reeds heeft voldaan, kunnen de bandopnamen zonder meer worden gekwalificeerd als een bestand in de zin van art. 1 sub c Wbp. Niet voor redelijke twijfel vatbaar acht ik dat de bandopnamen in dat geval voldoen aan de drie vereisten die aan een 'bestand' worden gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e36d4392d75284bf0d01846c4a9d89d8d41241463bae9f64f11e3986eb1cc9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e36d4392d75284bf0d01846c4a9d89d8d41241463bae9f64f11e3986eb1cc9c, en de alinea staat in dat document op bytes 135593 tot 136515.