Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Alinea 312 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4664.
5.26. Tegen de achtergrond van het voorgaande acht ik 's hofs oordeel juist en voldoende begrijpelijk gemotiveerd. Ook het hof is kennelijk van oordeel dat voor zover de bandopnamen van telefoongesprekken nog niet zijn ontsloten (lees: voor zover Dexia nog niet zou hebben voldaan aan het eerder genoemde voorschrift van art. 8.5.3 in de Gedragscode), deze bandopnamen wél bestemd zijn om in een bestand te worden opgenomen. Dit lees ik in 's hofs overwegingen (aan het slot van rov. 4.10.5):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e36d4392d75284bf0d01846c4a9d89d8d41241463bae9f64f11e3986eb1cc9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e36d4392d75284bf0d01846c4a9d89d8d41241463bae9f64f11e3986eb1cc9c, en de alinea staat in dat document op bytes 137474 tot 137981.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e36d4392d75284bf0d01846c4a9d89d8d41241463bae9f64f11e3986eb1cc9c | shasum -a 256