Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 326 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ4664.

5.30. M.i. faalt het onderdeel. Aan Dexia kan worden toegegeven dat de door het hof in rov. 4.10.10 gegeven instructiemaatregel inhoudelijk neerkomt op een gedeeltelijke toewijzing van het door [verweerder] gevorderde. Onderdeel 5 maakt echter niet duidelijk wat hierop tegen is, zodat de klacht in zoverre reeds faalt. Voor zover het onderdeel nog betoogt dat het hof - kort gezegd - een onjuiste en/of onbegrijpelijke toepassing heeft gegeven aan art. 46 lid 6 Wbp jo. art. 8:29 Awb, faalt het wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Uit de hierboven geciteerde artikelen blijkt dat Dexia, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het geven van inlichtingen dan wel het overleggen van stukken kan weigeren. De beslissing van de rechter of een dergelijke weigering al dan niet gerechtvaardigd is, betreft een tussenbeslissing.(95) De tussenbeschikking van het hof is echter van geheel andere aard. Het hof heeft zijn op art. 46 lid 6 Wbp gebaseerde verzoek gedaan nadat hij (in rov. 4.9.1) had geconcludeerd dat het beroep van Dexia op misbruik van recht en art. 43 sub e Wbp niet opging en [verweerder] voldoende belang had bij zijn verzoek ex art. 35 Wbp. Nu - met andere woorden - de verweren van Dexia niet opgingen, diende Dexia - aldus het hof - aan [verweerder] een volledig overzicht in begrijpelijke vorm als bedoeld in art. 35 lid 2 Wbp te verstrekken. Dat overzicht moet volgens het hof voldoende concreet zijn om de betrokkene in staat te stellen om zijn recht tot correctie en verwijdering te effectueren (zie rov. 4.9.2. van het bestreden arrest). Teneinde te kunnen beoordelen in hoeverre Dexia voldoet aan haar informatieplicht uit art. 35 Wbp, heeft het hof vervolgens de in rov. 4.10.10. bedoelde inlichtingen verzocht. Toen het hof aan deze instructie toekwam, had hij de voorvragen - (i) of het verzoek ex art. 35 Wbp recht geeft op kopieën en (ii) of de rechtbank terecht had geoordeeld dat Dexia geen beroep op de weigeringsgrond als bedoeld in art. 43 sub e toekwam - reeds bevestigend beantwoord. Dexia had deze voorvragen niet verpakt in de vorm van 'gewichtige redenen' voor het weigeren van het geven van inlichtingen dan wel het overleggen van stukken, maar opgeworpen in de vorm van grieven (1 en 4) tegen de beschikking van de rechtbank. Zoals hiervoor - bij de bespreking van de middelonderdelen 2 en 3 - is gebleken, heeft het hof deze grieven m.i. terecht verworpen. Bovendien kon Dexia naar aanleiding van de tussenbeslissing van het hof alsnog op de voet van art. 46 lid 6 Wbp jo. art. 8:29 lid 1 Awb daartegen bezwaar maken, door het aanvoeren van gewichtige redenen tegen 's hofs verzoek aan Dexia tot het geven van inlichtingen.(96) Daarmee stuiten de klachten (ook) af op art. 399 Rv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e36d4392d75284bf0d01846c4a9d89d8d41241463bae9f64f11e3986eb1cc9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e36d4392d75284bf0d01846c4a9d89d8d41241463bae9f64f11e3986eb1cc9c, en de alinea staat in dat document op bytes 141437 tot 144176.