Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2007
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ5699.
16. Die klacht is gegrond. Tot het uitbrengen van de inleidende dagvaarding is er geen daad van vervolging verricht. Er is geen gerechtelijk vooronderzoek gevorderd en ook anderszins is er geen vordering bij enige rechter ingediend. Weliswaar is verdachte in opdracht van de Officier van Justitie aangehouden en twee dagen in verzekering gesteld, maar dat is geen daad van vervolging, zoals impliciet door de Hoge Raad is uitgemaakt in HR 18 december 2001, 02164/00 (anders mijn toenmalige ambtgenoot Jörg die inverzekeringstelling wel als een daad van vervolging beschouwde). Volledigheidshalve vermeld ik nog dat ook in NLR (aantek. 2 bij art. 72 Sr) het standpunt wordt ingenomen dat die handelingen van de officier van justitie, die als uitvloeisel van zijn bevoegdheid tot opsporing zouden moeten worden beschouwd, zoals aanhouding en in verzekeringstelling, niet als daad van vervolging moeten worden beschouwd. Van Dorst (De verjaring van het recht tot strafvordering, p. 214-215) is dezelfde mening toegedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b397cd4b7b4d18424eb6b7b61e320d077e15d079332b32742f5752499b63b663. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b397cd4b7b4d18424eb6b7b61e320d077e15d079332b32742f5752499b63b663, en de alinea staat in dat document op bytes 24218 tot 25250.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b397cd4b7b4d18424eb6b7b61e320d077e15d079332b32742f5752499b63b663 | shasum -a 256