Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2007

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ6007.

9. Het voorgaande komt er op neer dat zolang de bestuursrechter niet onherroepelijk over de rechtsgeldigheid van een besluit van de Burgemeester als het onderhavige verwijderingsgebod heeft beslist de strafrechter in het kader van een vervolging ter zake van art. 184 Sr zelfstandig dient te onderzoeken of het bevel zowel wat de wijze van totstandkomen als wat zijn inhoud betreft in overeenstemming is met de desbetreffende voorschriften en algemene rechtsbeginselen. Ik wijs ook op HR 11 oktober 2005, LJN AS9222 en AS9224 waarin de Hoge Raad in het kader van een vervolging ter zake van overtreding van een verblijfsverbod, strafbaar gesteld in art. 2.4.1 APV Nijmegen, overwoog dat het Hof met juistheid had aangenomen dat het de vraag naar de verbindendheid van art. 2.4.1 had te beoordelen ongeacht het feit dat de verdachte niet de daartoe openstaande bestuursrechtelijke rechtsgang had benut. "Die enkele omstandigheid heeft immers niet tot gevolg dat de strafrechter, die geroepen is te oordelen over een tegen verdachte gerezen verdenking van overtreding van een jegens hem uitgevaardigd verbod, zich geen eigen oordeel behoort te vormen omtrent de verbindendheid van de aan dat verbod ten grondslag liggende regeling.", aldus de Hoge Raad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecf2ef95003f052c682bfbd807ca3b7db406b042e20049b0c841cdcfdf1f2803. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecf2ef95003f052c682bfbd807ca3b7db406b042e20049b0c841cdcfdf1f2803, en de alinea staat in dat document op bytes 17680 tot 18944.