Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007

Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ6098.

Alhoewel de vrouw het gestelde co-ouderschap heeft betwist(17) en de man niet met zoveel woorden bewijs van zijn stellingen omtrent het co-ouderschap heeft aangeboden, meen ik dat de ten processe door de man betrokken stellingen omtrent de bereidheid van zijn ex-echtgenote tot het geven van een mondelinge toelichting op haar schriftelijke verklaring omtrent de wijze waarop de zorg voor hun zoon [de zoon] is geregeld, bezwaarlijk anders dan als een aanbod van getuigenbewijs kan worden verstaan. Daarbij verdient nog opmerking dat de ex-echtgenote van de man in haar verklaring heeft gesproken van het beantwoorden van eventuele vragen bij de rechtbank, hetgeen zich moeilijk anders dan in het kader van een getuigenverhoor laat voorstellen. Zou het hof anders hebben geoordeeld, dan is dat oordeel, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b81e2ec19e86e00b4585db25461216d33b3fb5c3526073b4aeedc3da90af9d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b81e2ec19e86e00b4585db25461216d33b3fb5c3526073b4aeedc3da90af9d0, en de alinea staat in dat document op bytes 44843 tot 45718.