Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ6101.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep blijkt dat meerdere anonieme getuigen bij de politie melding hadden gedaan van het feit dat er rondom de woning [a-straat 1] te [plaats] een hennepgeur hing. Vervolgens heeft verbalisant [verbalisant 1] een aantal dagen voor 6 februari 2004, de datum van de huiszoeking, een onderzoek ingesteld bij voornoemde woning. Bij die gelegenheid werd door hem waargenomen dat het dak van de woning, ondanks de sneeuwval in die periode, slechts gedeeltelijk met sneeuw was bedekt, hetgeen naar ervaringsregels zou kunnen worden veroorzaakt door de aanwezigheid van een hennepkwekerij op de zolderverdieping. Het hof acht voornoemde feitelijke omstandigheden in onderlinge samenhang bezien voldoende om te kunnen komen tot een redelijk vermoeden dat er sprake is van een overtreding van de Opiumwet. Naar het oordeel van het hof hebben verbalisanten derhalve op gerechtvaardigde gronden de woning op basis van artikel 9 van de Opiumwet betreden, zodat het bewijs op rechtmatige wijze is verkregen. Het verweer wordt verworpen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1eb009bcba894fc1d908be591f6c3f79e21afb311777d9895f394751bb538a30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1eb009bcba894fc1d908be591f6c3f79e21afb311777d9895f394751bb538a30, en de alinea staat in dat document op bytes 17151 tot 18292.