Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ6101.

9. In HR 7 november 2006, nr. 02556/05 werd overwogen dat het Hof bij de verwerping van een gevoerd bewijsverweer had verzuimd met voldoende mate van nauwkeurigheid aan te geven waaraan het de feiten en omstandigheden, waarop het de verwerping van een beroep op onrechtmatig verkregen bewijs, te weten dat er onvoldoende verdenking was om de verdachte aan te houden, had ontleend. De vraag is of dat het voorgaande anders maakt. Ik meen van niet. Een verwijzing naar wettige bewijsmiddelen wordt terecht niet gevergd. Het gaat hier immers niet om het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan (vgl. art. 338 Sv). Wel wijst dit arrest erop dat enige bronvermelding onder omstandigheden noodzakelijk kan zijn, bijvoorbeeld wanneer - zoals in het genoemd arrest en overigens ten onrechte - in een arrest de wettige bewijsmiddelen niet worden opgenomen. Die noodzaak zal in belangrijke mate afhangen van de inhoud van het proces-verbaal van de terechtzitting. Doorgaans zal daaruit kunnen worden afgeleid hoe de rechter aan de door hem genoemde feiten en omstandigheden komt. Is dat niet het geval, dan ontstaat er terecht een probleem: zie HR 21 november 2006, LJN AY7805 waar een bij de strafoplegging in aanmerking genomen omstandigheid niet uit de gedingstukken kon worden afgeleid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1eb009bcba894fc1d908be591f6c3f79e21afb311777d9895f394751bb538a30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1eb009bcba894fc1d908be591f6c3f79e21afb311777d9895f394751bb538a30, en de alinea staat in dat document op bytes 20428 tot 21738.