Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ6101.

10. In het onderhavige geval overweegt het Hof dat het genoemde feiten en omstandigheden heeft ontleend aan de stukken (waarvan blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting de korte inhoud is medegedeeld) en het verhandelde ter terechtzitting, alwaar de Advocaat-Generaal erop heeft gewezen dat de door het middel bedoelde feiten blijken uit het ter zake door de politie opgemaakte proces-verbaal. Daarmee is zonder meer voldaan aan de eis die in genoemd arrest van 7 november 2006 wordt gesteld. Een eis die voor zover ik heb kunnen nagaan overigens een aanscherping vormt van de eisen die aan de verwerping van een beroep op onrechtmatig verkregen bewijs worden gesteld en waarvan er geen reden is aan te nemen dat deze zich niet ook uitstrekt tot verwerping op feitelijke grondslag van andere verweren waarvan niet is voorgeschreven dat de aanvaarding of de verwerping daarvan berust op wettige bewijsmiddelen, zoals beroepen op strafuitsluitingsgronden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1eb009bcba894fc1d908be591f6c3f79e21afb311777d9895f394751bb538a30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1eb009bcba894fc1d908be591f6c3f79e21afb311777d9895f394751bb538a30, en de alinea staat in dat document op bytes 21758 tot 22733.