Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ6101.

1 HR 8 december 1981, NJ 1982, 533, m. nt. GEM. Vgl. de zaak die leidde tot HR 2 maart 1999, LJN ZD4715, afgedaan met de aan art. 101a (oud) RO ontleende motivering en de zaak die leidde tot HR 16 augustus 2005, LJN AT7027, afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.Zie ook HR 28 november 1978, NJ 1979, 102 voor het geval een beroep op onrechtmatig verkregen bewijs slaagt; dan wordt niet meer geëist dan dat de aan de aanvaarding van dat verweer ten grondslag gelegde feiten aannemelijk zijn geworden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1eb009bcba894fc1d908be591f6c3f79e21afb311777d9895f394751bb538a30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1eb009bcba894fc1d908be591f6c3f79e21afb311777d9895f394751bb538a30, en de alinea staat in dat document op bytes 23224 tot 23749.