Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007

Alinea 142 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ6530.

4.29. In feitelijke instanties heeft Laurus zich, zoals blijkt uit rov. 4.5.1 en 4.5.2 van het bestreden arrest, op het standpunt gesteld dat [betrokkene 4] van Kamerbeek als vertegenwoordiger van [betrokkene 1] optrad. Dat door de verwijzing van [betrokkene 1] naar Kamerbeek sprake zou zijn van een vertegenwoordigingssituatie, waarin de kennis van Kamerbeek aan [betrokkene 1] kan worden toegerekend, is door het hof in rov. 5.6 echter verworpen. Hiertegen is geen klacht gericht, nu het onderdeel uitsluitend betrekking heeft op de toerekening van kennis buiten de situatie van vertegenwoordiging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/618ecfa335f6baa36172b229b087eb7a76edf583147b8aa27b21d4b63c75c687. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 618ecfa335f6baa36172b229b087eb7a76edf583147b8aa27b21d4b63c75c687, en de alinea staat in dat document op bytes 60602 tot 61217.